Categorie: Uncategorized

  • Lees eerst dit voordat je afhamert!

    In de jaren negentig moest er bij een grote financiële instelling besloten worden over een grote bezuinigingsoperatie. Het was mijn eerste vergadering en op tafel lag een lijst met honderden projecten. Daarvan moesten er een heleboel geschrapt worden. Maar welke? Voordat ik het in de gaten had zat de driekoppige directie het lijstje af te werken. Ze begonnen bij het eerste project en na een uur was de vergadering om en waren ze blijven steken bij nummer vijftien. Ik – in mijn onschuld – rapporteerde het naar de managementlaag eronder. Enorme opschudding! Bepaalde projecten konden niet worden stopgezet of zouden onvoorziene nadelige consequenties hebben. Dus tegen zessen was de helft van de besluiten alweer teruggedraaid. Zo leerde ik hoe het niet moest!

    Wat ging er mis?

    De directie kreeg te veel zaken voorgelegd om over te beslissen en kreeg te weinig informatie over de mogelijke impact van hun beslissingen. Kortom, het besluitvormingsproces deugde van geen kanten.

    Hoe moet het wel? Een 3 stappenplan

    Stap 1 Zorg dat je de beeldvorming op orde hebt Weet iedereen waar we precies over beslissen? Waarom moet deze beslissing genomen worden? En waarom nu? Wat is de impact van een bepaalde beslissing? Zijn er alternatieven? Wat zijn de voor- en nadelen van die alternatieven? Bij lastige beslissingen is er meestal een advies van een externe of interne deskundige nodig over de impact en alternatieven. Stap 2 Vorm een oordeel op basis van de juiste informatie Ga tijdens de vergadering het rijtje af en laat iedereen zijn mening geven. Vraag naar zijn of haar overwegingen. Zorg dat iedereen die aan tafel zit voldoende aandacht krijgt. Daardoor kan iedereen aan tafel zeggen wat hij op zijn of haar lever heeft. En komt dus niet alleen degene met het hoogste woord aan bod. Zodoende krijg je het meest afgewogen besluit en creëer je het beste draagvlak. Stap 3 Neem het besluit Doe een apart stemrondje. Door dit los te koppelen van de oordeelsvorming geef je iedereen beter de kans goed naar elkaar te luisteren en eventueel van mening te veranderen. Vraag per persoon: ‘Wat is volgens jou het beste besluit?’ Zo hoor je eventueel of iemand nog aarzelt en kun je doorvragen.

    Wat is jouw taak?

    Als voorzitter bewaak je het proces. Waarschijnlijk doe je dat al automatisch. Deze vragen kunnen eventueel een hulpmiddel zijn: Waar zitten we in het proces? Komt iedereen voldoende aan bod? Dreigen stap 2 en 3 door elkaar te gaan lopen of weidt iemand te lang uit, dan is het uiteraard aan jou om in te grijpen.

    Checklist voordat je de hamer laat neerkomen

    * Van tevoren: is alle benodigde info aanwezig? * Hebben we alle drie de BOB-stappen goed doorlopen? * Heeft echt iedereen zijn zegje kunnen doen?

    Tot slot

    Er zijn natuurlijk nog veel meer aspecten die een rol spelen bij het nemen van besluiten en het zorgen dat die besluiten ook goed uitgevoerd worden. Ik zal daar ook zeker nog weleens op terugkomen. Heb je trouwens mijn vorige blog gelezen? Die ging over ‘Wie geef je zeggenschap? En waarom is het zo belangrijk om dat van tevoren te bepalen?’. Volgende keer weer een financieel onderwerp: Hoe hou je de projectkosten beter in de hand? Reageren? Of wil je gewoon eens bijpraten? Remco Reitsma ProjectReports Tel. 06 – 53 24 77 43

  • Knopen doorhakken is jouw corebusiness, maar wie beslist er nu écht?

    Om ervoor te zorgen dat een beslissing breed gedragen wordt, moet je eerst uitzoeken hoe in jouw bedrijf werkelijk de besluiten worden genomen. Wie beslist er eigenlijk? En hoe zou je het willen? Als je niet van tevoren duidelijk hebt bepaald wie er beslist, dan zal degene die het meest aan het woord is tijdens de vergadering de besluitvorming een bepaalde kant op sturen. Is dat handig? Nee, want dan worden bepaalde mensen en meningen over het hoofd gezien.

    Wie mag er van jou (mee)besluiten?
    Om daar een goed antwoord op te krijgen is het verstandig om je dit eerst af te vragen:
    1. Wil jij als directeur-eigenaar of voorzitter de besluiten in je eentje nemen? Of vind je dat jullie dat met zijn allen in het MT moeten doen?
    2. Als je als team de besluiten neemt: kies je voor de meerderheid, met uitzondering wellicht van bepaalde onderwerpen?
    3. Wat doe je als de stemmen staken? Heb jij dan het laatste woord?
    4. Mogen teamleden ook een veto hebben?

    Jij als ‘solo-knopendoorhakker’, is dat wel zo slim?

    Als je ervoor kiest om zelf de beslissingen te nemen dan is dat makkelijk, duidelijk en helder. Maar… Je ontneemt belangrijke mensen in jouw organisatie het gevoel dat ze mee mogen doen. Ze hebben wellicht hun bedenkingen of het wel zo’n slim plan is om een bepaalde beslissing te nemen, maar houden hun mening voor zich omdat ze het gevoel hebben dat die er minder toe doet. Dat kan je later duur komen te staan bij de uitvoering.

    Meer zeggenschap, meer draagvlak

    Anders gezegd: hoe meer invloed je team kan uitoefenen bij het besluitvormingsproces, hoe meer commitment. Ze staan dan volledig achter het besluit en zullen sneller hun best doen om ervoor te zorgen dat het besluit ook goed wordt uitgevoerd. Met meer zeggenschap dus meer draagvlak en resultaat!

    Volgende keer: Over beslissen valt nog veel meer te vertellen. Bijvoorbeeld over hoe je beslist. Daarvoor bestaat een handig 3 stappenplan.

    Reageren? Of wil je gewoon eens bijpraten?

    Remco Reitsma
    ProjectReports
    Tel. 06 – 53 24 77 43

  • Waarom de memovelletjes aan de muur zo goed werken…

    Werk jij al met Scrum? Dan ken je ze wel: de geeltjes aan de muur. Werk je er nog niet mee, dan leg ik je in deze blog uit hoe het werkt en wat je eraan hebt.

     

    Zo werkt het:

    Scrum is meer dan alleen met geeltjes werken. In mijn vorige blog heb ik daar al wat over uitgelegd. De memovelletjes vormen ook een belangrijk onderdeel van Scrum. Het is een heel simpel systeem. Op de geeltjes staan namelijk taken. Ze kunnen bij 3 categorieën op het zogeheten ‘Scrumbord’ hangen: To do – Doing – Done. Elke dag komt het team een kwartier bij elkaar. Elk teamlid vertelt waar hij of zij mee aan de gang gaat. Dat wordt een actiepunt voor ‘Doing’. Als een actiepunt is afgehandeld, dan verschuift het betreffende geeltje naar de categorie ‘Done’. Is het niet gelukt om het actiepunt af te ronden, dan deelt het teamlid dat met de rest en kan om hulp vragen.

    Wat zijn de voordelen van die geeltjes?

    1. Ze geven overzicht. Voor je team en voor jou. Je weet precies hoe het project ervoor staat als je langs de muur loopt.
    2. Je medewerkers kunnen onderling van elkaar zien (en horen) waar ze mee bezig zijn.
    3. Heeft iemand hulp nodig, dan kan hij dat makkelijk aangeven aan en zo worden problemen beter voorkomen en sneller opgelost.
    4. Het geeft voldoening als een geeltje naar rechts verschuift. (“Fijn, afgehandeld!”)
    5. De korte lijntjes, het overleg en het nauw samenwerken bevorderen de betrokkenheid bij elkaar. Dat maakt het werken leuker en prettiger. De sfeer in je bedrijf wordt er dus beter van.

    Kritische noten

    – Eigenlijk werken de geeltjes van Scrum het beste als iedereen elke dag aanwezig is. In de praktijk is dat niet zo. Sommige mensen werken maar een paar dagen op kantoor. Tip: laat het team onderling afspreken op welke dagen het overleg voor het Scrumbord plaatsvindt.

    – De teams zijn multidisciplinair en de ideale grootte is 7 tot 10 teamleden. Bij een bedrijf van 10 tot 20 personen is het soms wat lastig om zo’n team te vormen. Tip: probeer er flexibel en pragmatisch mee om te gaan. Bij kleinere organisaties vorm je meestal vanzelf al een multidisciplinair team. Zo hebben wij zelf een club van 4 mensen.

    – Veel wisselingen in het team is niet bevorderlijk voor de samenwerking. Het duurt namelijk even voordat iedereen aan elkaar gewend is en weet hoe collega’s werken. Tip: zorg voor een team waarvan je verwacht dat ze goed bij elkaar passen of waarvan je verwacht dat er weinig wisselingen zijn. Dus als iemand langdurig verlof heeft aangekondigd, dan is ie wellicht minder geschikt als teamlid.

    – Werken teamleden op afstand, dan kun je ook de digitale versie van het Scrumbord gebruiken. Ik merk in de praktijk dat dit ook wel werkt. Wij hebben namelijk een ontwikkelaar in India. En omdat we natuurlijk vakidioten zijn, ontwikkelen we nu zelf een digitaal Scrumbord. Maar eerlijk is eerlijk: het is natuurlijk nog beter om face to face een kwartiertje met elkaar te overleggen.

    Reageren? Of wil je gewoon eens bijpraten? Tel. 06 – 53 24 77 43

    Remco Reitsma

    ProjectReports

  • Waarom helpt Scrum om je medewerkers te motiveren?

    Hoe vaak heb je het wel niet als ondernemer met een klant meegemaakt? Nadat iedereen zijn stinkende best heeft gedaan om de deadline te halen, zegt de klant: “Fijn bedankt, maar waarom kan ik dit er niet mee? En dat niet?

     

    Zo’n domper op de feestvreugde wil je uiteraard graag voorkomen. Omdat ik al jaren binnen allerlei organisaties werk, heb ik gezien dat het ook anders kan. Ik ben zelf erg geïnspireerd geraakt door de Agile-methode. En een van de meest succesvolle toepassingen die ik daarvan ben tegengekomen heet Scrum. Het is namelijk gewoon leuker werken, heb ik gemerkt. Zoals ik in mijn vorige blog schreef is Agile op de eerste plaats efficiënter, maar de psychologische kant – die vooral bij Scrum aan bod komt – spreekt me persoonlijk ook erg aan.

    Je medewerkers worden er dus blijer van. En jij uiteindelijk ook! Want:

    1. Medewerkers die rechtstreeks contact hebben met een klant en hun collega’s, voelen zich meer betrokken bij het project.
    2. Als ze meer zeggenschap hebben over de gang van zaken, werken ze harder.
    3. Is er een probleem, dan voelen ze zich meer verantwoordelijk om dat op te lossen.
    4. Het is voor iedereen prettiger om niet maandenlang door te modderen maar op tijd bij te sturen. Dat geeft ook voor jezelf als manager/directeur een gerust gevoel.

    Wat is ervoor nodig om van Scrum een succes te maken?

    – Maak multidisciplinaire teams, dus stop medewerkers vanuit diverse disciplines in één team.
    – Geef het team ook daadwerkelijk de kans om zelfstandig te werken en laat de controle los.
    – Laat het team elke dag een kwartier met elkaar overleggen.
    – Zorg voor krappe deadlines (elke twee of drie weken een versie opleveren).
    – Nodig de klant en de productmanager uit voor de oplevering.

    Even een uitstapje om iets te bewijzen…

    Jaja, en wie zegt jou dat het inderdaad een succes wordt als je de werkwijze in je organisatie volledig omgooit? Goede vraag! In de ICT-sector is de Scrum-aanpak massaal omarmd en ook de ‘echte’ business werkt steeds meer volgens Scrum: marketeers, productmanagers en communicatie. Niet alleen bij start-ups. Meest bekende voorbeeld van grote organisaties is ING. In andere sectoren denk ik aan Buurtzorg Nederland. Deze zorgorganisatie was een van de eerste die met zelforganiserende teams werkte. Ze deden dat weliswaar niet officieel volgens de Scrum-methode, maar het basisprincipe was min of meer hetzelfde: de teams maakten zelf planningen, vakantieroosters, etcetera. Opeens wilde iedereen bij Buurtzorg werken. Nu hebben bijna alle thuiszorgorganisaties zelforganiserende of zelfsturende teams. De nieuwste trend is dat wijkverpleegkundigen niet alleen voor het verzorgen van een wond of de medicijnen langskomen bij cliënten. Ze mogen ook weer meer tijd besteden aan een praatje en vooral: meer zelf bepalen of dat praatje nodig is. Het beoogde doel: tevreden cliënten, tevreden familie en tevreden thuiszorgmedewerkers.

    Reageren? Of wil je gewoon eens bijpraten? Tel. 06 – 53 24 77 43

    Remco Reitsma

    ProjectReports

  • Waarom mijn boardcomputer duidelijk niet Agile tot stand is gekomen

    Het vuistdikke handboek van mijn boardcomputer heeft mijn auto nooit verlaten. Hadden de makers maar van de organisatiemethode Agile gehoord, dan was het vast anders gelopen… Daarom: misschien is dit ook wel iets voor jouw bedrijf!

    Is er ook een gewone term voor Agile?

    Jazeker, Agile betekent wendbaar. Oftewel flexibel. Oftewel: snel inspelen op veranderingen.

    Wat houdt Agile in?

    Deze organisatiemethode is de laatste tijd vooral bekend geworden dankzij Spotify en ING. Inmiddels werken veel grote organisaties ermee. Agile is gebaseerd op het Agile Manifesto, dat uit 12 principes bestaat. Een van de belangrijkste principes is (vrij vertaald):

    Simpel, simpeler, simpelst

    Werk je met Agile dan stelt de klant geen lange lijst met wensen over en doe je er ook geen jaar over om een systeem te bouwen – zoals vooral bij IT-projecten gebruikelijk is. Een multidisciplinair team gaat aan de slag en levert na twee of drie weken een eerste versie af. Klanten en collega’s mogen daar feedback op geven en vervolgens past het team het product of de software aan. Met elke feedbackronde wordt het beter en je gaat door tot het goed genoeg is.

    Om even advocaat van de duivel te spelen…

    Je zou zeggen: “Dat kost toch juist extra tijd?” In de praktijk is dat niet zo. Werk je volgens de traditionele methode dan wil de klant als je klaar bent immers bijna altijd dat je van alles aanpast. En dat is die klant ook niet helemaal aan te rekenen. Toch? Vaak komt het door nieuwe inzichten, nieuwe ontwikkelingen, interne personeelsverschuivingen of doordat hij eigenlijk niet helemaal wist wat hij wilde. Of de klant is in een andere valkuil gevallen: je hebt er op zijn verzoek allerlei zaken in gestopt die niemand uiteindelijk gaat gebruiken.

    Praktijkvoorbeeldje:

    Het is alweer enige jaren geleden, maar ik herinner mij nog erg goed dat een collega een heel simpel rekenmodelletje voor tussenpersonen in de hypotheekbranche ontwikkelde. Het programma kon maar 1 ding: het rekende precies uit wat een potentiele koper netto en bruto aan zijn hypotheek kwijt zou zijn. In eerste instantie gingen de wenkbrauwen wel even omhoog, maar uiteindelijk is het een prijswinnend rekenmodel geworden. En uiteraard konden de tussenpersonen uiteindelijk ook een print maken en een grafiek tevoorschijn toveren op hun laptop. Want dat is wat ze graag wilden. Dat doet mij sterk denken aan mijn boardcomputer. Meer dan gps, blue tooth en radio heb ik in de auto niet nodig. Jij wel?

    Volgende keer: Hoe krijg je blijere medewerkers?

    Reageren? Of wil je gewoon eens bijpraten? Tel. 06 – 53 24 77 43

    Remco Reitsma

    ProjectReports

  • Hoe voorkom je bij projecten verspilling van tijd en geld?

    Ik kom het in mijn werk ontzettend vaak tegen: er lopen zoveel projecten tegelijk dat de werkvloer het niet meer bijbeent. Informeer bijvoorbeeld maar eens langs je neus weg bij je ICT-manager of die dat ook zo ervaart. Of bij een van de medewerkers die je hoog hebt zitten en naar wie je daarom graag wat doorschuift. Maar vraag vooral of hij of zij nog vindt dat er genoeg tijd per project is. Waarschijnlijk is het antwoord ‘nee’.

    Wat gebeurt er als het bordje te vol raakt?

    Als iemand de tijd te veel moet verdelen over verschillende projecten naast zijn gewone taken, dan komt er uiteindelijk geen enkel project op tijd af.

    Hoezo?

    Je medewerker is bezig met iets, maar moet ondertussen ook een telefoontje of een mailtje afhandelen over diverse andere projecten. Daardoor raakt zijn of haar aandacht versnipperd en is de kans op fouten groter, terwijl een medewerker die zich langer op één onderwerp kan concentreren veel efficiënter werkt. Bovendien gaat hectiek vaak ten koste van het overzicht: het is vrij ingewikkeld om alle ballen tegelijk in de lucht te houden. Wordt de deadline niet gehaald dan moet vaak een dure externe kracht extra worden ingehuurd. Of nog erger: je medewerker krijgt een burn-out.

    Bonussen zijn soms de boosdoener…

    Zodra er een bonus aan een project vastzit is de verleiding voor elke teamleider of manager groot om een bepaald project toch te willen afmaken. Zelfs als alle seinen op rood staan en het misschien beter is om het project af te blazen voordat het een bodemloze put is geworden. Misschien is die financiële prikkel zelfs wel in de eerste plaats de reden geweest dat iemand ‘ja’ heeft gezegd tegen het project, terwijl er al veel te veel projecten op de rol stonden. Als er geld mee is gemoeid, is het vrij menselijk dat persoonlijke belangen stiekem boven bedrijfsbelangen gaan.

    Hoe kan het anders en beter?

    1. Stel prioriteiten in overleg met je medewerker(s): wat is in welke periode het belangrijkste?
    2. Laat medewerkers de planning maken en stel niet zelf van tevoren zonder overleg de deadline vast.
    3. Zet geen target op een project maar op het te realiseren doel.

    Volgende keer: Agile is ook voor het MKB handig! Hoe? Lees over twee weken mijn blog…

    Reageren? Of wil je gewoon eens bijpraten?
    Tel. 06 – 53 24 77 43

    Remco Reitsma
    ProjectReports

  • Waarom gaat het zo vaak mis met projecten en wat doe je eraan?

    Niet alleen bij de overheid lopen projecten uit of worden ze veel duurder dan verwacht… Hoe komt dat toch?

    Projecten zijn vaak te groot!

    Een paar praktijkvoorbeelden: een ICT-bedrijf probeert een nieuw softwaresysteem te ontwikkelen voor zowel het bedrijfsleven als de non-profitsector. Een jong accountantsbedrijf wil zo snel mogelijk van één naar vijf of vijftien vestigingen. Of, zoals bij de recente zeperd van de overheid: niet alleen 388 gemeentes moeten in de GBA veranderingen kunnen doorvoeren, maar ook alle 500 overheidsdiensten zouden toegang moeten hebben tot het bevolkingsregister. Tja, dan weet je al van tevoren dat het nooit goed gaat komen…

    Steek de hand in eigen boezem

    Herken je dit: het begint met een kleine wens – of het nu op automatiseringsgebied of een ander vlak is – en opeens is het wensenlijstje eindeloos lang geworden of ligt het ambitieniveau veel hoger. Wees eerlijk: ben jij als opdrachtgever zelf misschien degene die het hardst geroepen heeft ‘dit moet en dat moet zeker en dat mogen we ook niet vergeten’?

    Geen 1+1+1 =3 maar 1+1+1= 9

    Er is nog een andere factor die meespeelt. De toename van eisen en voorwaarden is vaak geen gewone optelsom: bijna altijd hangt het een met het ander samen. En dus wordt een project al snel ‘exponentieel ingewikkeld’. Vooral bij automatiseringsprojecten is dat de belangrijkste oorzaak van alle ellende. Of iets wat voor niet-ict’ers een simpel dingetje lijkt, blijkt heel lastig om in het systeem te bouwen.

    Wat valt hiervan te leren?

    1. Hou het project klein!

    2. Werk in fases: eerst één vestiging en dan een jaar later de volgende. Of: eerst een simpel softwaresysteem en dan na enige tijd nog wat functionaliteiten toevoegen als in de praktijk blijkt dat er wat mist (meestal benutten gebruikers namelijk toch niet alle mogelijkheden). Veel grote organisaties werken tegenwoordig volgens deze zogeheten Agilemethode, maar ik kom er later in een andere blog nog eens met praktijkvoorbeelden op terug hoe je dat ook in het MKB kunt doen.

    3. Hou de planning realistisch: vraag aan de specialist(en) binnen je organisatie of zij willen aangeven hoe lang ze ergens voor nodig hebben in plaats van dat jij de deadline oplegt.

    Volgende keer: er is nog een tweede oorzaak en daar duik ik de volgende keer in. Met natuurlijk ook dan weer simpele tips om van elk project een succes te maken.

    Reageren? Of wil je gewoon eens bijpraten?
    Tel. 06 – 53 24 77 43

    Remco Reitsma

    ProjectReports

  • Voordat projecten uit de bocht schieten

    Laatst zag ik een documentaire over rally rijden. Nu is misschien niet iedereen fan van deze autosport waarbij auto’s met extreem hoge snelheden over stoffige wegen rijden waar u en ik waarschijnlijk nog niet eens stapvoets willen rijden. Maar iets weerhield me door te zappen. Een kwartier kijken naar hoe rallyrijders samenwerken gaf me antwoord op een projectmanagement vraag die me vlak daarvoor gesteld werd door een klant.

    Hoe vaak moeten we het doen?
    ‘Net zo vaak als nodig is!’ Dat was in eerste instantie mijn antwoord en terwijl ik het zei besefte ik dat met dit antwoord mijn klant en eigenlijk niemand geholpen was. Kijkend naar de rallyrijders deed me beseffen hoe sterk en belangrijk de gestelde vraag was, want er wordt eigenlijk zelden inhoudelijk stilgestaan bij de vraag ‘Hoe vaak er in een project nu eigenlijk gerapporteerd moet worden?’
    Mijn eerste antwoord was veel te impulsief, zeker omdat ik daar door de jaren heen over heb nagedacht en ook een set aan bruikbare criteria voor heb opgesteld. Criteria die, samen met het aanleren van een andere manier van kijken naar projecten, bepalen welke frequentie nuttig en nodig is.

    Het parcours bepaalt
    Hoe kunnen rallyrijders nu helpen inzicht te krijgen in de frequentie van projectrapportages? Nog niet zolang geleden sprak ik een klant die vertelde dat de manager die verantwoordelijk was voor het monitoren van de projecten een maandelijkse voortgangsrapportage van de projectleiders verlangde. De projectleiders dachten daar echter anders over. Zij vonden maandelijks buitensporig vaak; eens per twee of drie maanden was meer dan genoeg.
    Diezelfde periode liep ik rond bij een andere klant waar de meningen van de projectleiders volledig uit elkaar lagen wat betreft voortgangsrapportages. Het ene kamp maakte helemaal geen rapportage (“Ze worden toch niet gelezen”), terwijl het andere kamp projectleiders rapporteerde in de frequentie van de wekelijkse stuurgroep-vergaderingen. Wie had het nu bij het juiste eind?
    De rallyrijders maakten prachtig zichtbaar dat de frequentie van rapporteren afhankelijk is van de situatie. Stuurman, navigator en het technische team bij de service punten onderweg, communiceren intensief. In de auto gaat het over de staat van het wegdek, de hoogte van de snelheid, de weersomstandigheden, het aanwezige publiek en zo gaat dat nog even door. Drie bochten vooruit geeft de navigator aan wat de bestuurder kan verwachten, naar welke versnelling hij moet schakelen en met welke snelheid gereden kan worden. Maar wat bepaalt de situatie dan in de genoemde projectomgevingen?
    In het eerste voorbeeld ging het over onderzoeksprojecten waarin met een doorlooptijd van een paar jaar twee mensen 1 a 2 dagen per week aan het project werkten. In het laatste voorbeeld werkten meer dan honderd mensen, waarvan het overgrote deel externe consultants, fulltime aan één project met een doorlooptijd van start tot finish van een negen maanden.
    De rallyrijders gaven het antwoord. Het eerste parcours kent een lage snelheid. Het wordt afgelegd in enkele jaren door twee mensen in twee dagen per week. De kans dat zij van de weg raken is vele malen geringer dan in het laatste traject waar in een kort tijdsbestek vele manuren worden gemaakt. Tijdig bijsturen maakt daar het verschil tussen hard op koers blijven of gierend de bocht uit vliegen. Omstandigheden en risico’s bepalen de frequentie van informatie.

    De bestuurder moet weten waar naartoe gestuurd kan worden
    De rapportages die projectleiders geven zijn als de instructies die navigators in rally teams geven aan de bestuurders. Projectleiders weten, net als de navigator, exact waar men zich bevindt. Ze kennen de details van de af te leggen weg en moeten de bestuurder de informatie geven op basis waarvan niet alleen gestuurd wordt, maar ook op basis waarvan geschakeld, geremd en geaccelereerd kan worden.

    Communiceren is de contactsleutel
    Als de navigator niet communiceert is de kans dat de bestuurder foute beslissingen neemt groot. Want, niets zeggen houdt in dat er niet geremd of geschakeld hoeft te worden. Dat er geen gevaarlijke bochten, diepe kuilen, of obstakels zijn. Maar te veel communiceren werkt ook niet want dat leidt af van wat werkelijk van belang is.

    Onzekere bestuurders en overijverige navigators
    De rallyrijders hebben een manier van communiceren ontwikkeld waarin alleen het meest noodzakelijke op de meest effectieve wijze wordt doorgegeven. En dat is logisch, want in ralley-rijden wordt in fracties van seconden het verloop van de wedstrijd bepaald. In projecten zit gelukkig iets meer lucht, al kan de spanning ook hoog oplopen. Zo kom ik tegen dat de projectleiders rapporteren met de frequentie van de stuurgroep bijeenkomst. Dat lijkt logisch, maar persoonlijk ben ik er geen voorstander van. De stuurgroepen-leden zijn vaak drukbezette managers die alleen al agenda-technisch moeilijk regelmatig bij elkaar kunnen komen. Het verschuiven van vergaderingen heb ik te vaak gezien, terwijl de projecten gewoon doorlopen. Bijsturen kan dan net te laat komen.

    Frequentie, relevantie en risico
    Hoe komt de opdrachtgever nu op een regelmatig wijze aan de informatie over zijn/haar project? Even bijpraten? Maar hoe wordt de rest van de belanghebbenden dan geïnformeerd? Het belang iedereen op de hoogte te houden wordt ook in de rally docu duidelijk, want naast de bestuurder van de auto staat ergens langs het parcours een compleet technisch team klaar voor het servicen van de auto. Zij moeten vooraf weten wat ze kunnen verwachten zodat de juiste gereedschappen en onderdelen klaarliggen.
    Sturen en bijsturen betekent belangrijke beslissingen nemen en dat kan alleen op basis van de juiste informatie. Waar de oliedruk te laag wordt bepalen de technici op afstand dat de snelheid lager moet wil de motor niet in de soep draaien. De bestuurder volgt.
    In een projectomgeving betekent dit wat mij betreft dat niet de stuurgroep, maar de opdrachtgever de klant van de voortgangsrapportage is. Waar de stuurgroep op maximale snelheid door wil kan de klant vanuit een bredere kijk op afstand bepalen wat de beste snelheid is en welke snelheid van rapporteren daarvoor gewenst is.

    Dashboard. Criteria voor bepalen van de frequentie
    Op basis van eigen ervaringen heb ik in de loop van de tijd een richtlijn ontwikkeld die kan helpen om de frequentie van rapporteren te bepalen. Hieronder een korte toelichting en de bijbehorende tabel.

    Conclusie
    Vergelijken we een rally met een project, dan zien we dat we in beiden zo snel mogelijk, binnen de gestelde kaders, van start tot finish willen komen. Dat vraagt dat we ons continu bewust zijn waar we ons op het traject bevinden en wat ons te wachten staat. Communiceren van de juiste informatie is essentieel. Niet alleen voor het sturen, maar ook voor het gas geven, remmen opschakelen en terugschakelen. De gegevens van ons dashboard en de projectrapportages zijn de navigatie binnen een project waarmee wel iets moet worden gedaan.
    Voor het bepalen hoe vaak projectleiders over de voortgang van hun projecten moeten rapporteren kunnen de bovenstaande criteria als uitgangspunt worden gehanteerd. Misschien kan je verschillende typen projecten in jouw organisatie onderscheiden; projecten die elk een eigen frequentie van rapporteren verlangen. Maar waak ervoor dat enerzijds de projectleiders niet ‘overvraagd’ worden en anderzijds hun opdrachtgevers en stuurgroepen geen gebruik maken van die rapportages. Rapportages zijn een prachtig communicatiemiddel*.

    TIP: Voor de klanten van ProjectReports heb ik een voorbeeldprocedure voor het maken van voortgangsrapportages gemaakt. Klik hier om deze gratis te downloaden.

  • Project Trump: Kleur bekennen

    De muur tussen zeggen, verwachten en doen?

    Vertrouwen geldt als een van de meest gewaardeerde competenties maar moet vooral niet worden verward met verwachting. Direct nadat Trump, tegen ieders verwachting in, tot de nieuwe president van de VS was gekozen vertoonde de muur van verwachtingen de eerste scheuren.

    Gedurende de campagne was er veel ophef bij tegenstanders van Trump, deze is omgeslagen in veel ophef onder de voorstanders. Laatstgenoemden voelen zich verraden. Al snel na de verkiezing maakte ‘de president in spe’ de eerste benoemingen bekend. Mensen die niet passen bij het beeld dat hij heeft geschetst in zijn verkiezings-speeches. Datzelfde geldt voor die solide muur tussen de VS en Mexico. Deze muur, die de VS moest beschermen tegen al die illegalen, kan ineens ook wel een hekwerk worden. Wat er geroepen is strookt kennelijk niet met de verwachtingen die gewekt zijn. De praktijk moet dan bewijzen wat waar is. Nu lijken de Amerikaanse verkiezingen misschien een wereld verwijderd van onze eigen dagelijkse projecten. Toch raken ze elkaar vanuit de gedeelde vraag:” Welke informatie is nu echt betrouwbaar?”

    De dunne lijn tussen beloven, roepen, doen en verhullen

    Volgens goed gebruik rapporteren projectmanagers met enige regelmaat over de voortgang van hun projecten. Opdrachtgevers, stuurgroepen, directies, ze willen allemaal graag op de hoogte zijn van de vorderingen. Ook in deze context wordt van alles gerapporteerd. Vraag is alleen, hoe betrouwbaar? Geven voortgangsrapportages altijd de echte situatie en het echte gevoel weer? Wordt er eigenlijk wel aan de alarmbel getrokken als er iets scheef dreigt te gaan, of doen we dat pas als het al scheef gaat? Hoe staat het met onze project-rapportage-lef-en-realiteit? Werken we met kleuren, zijn de signaalkleuren van mijlpalen dan werkelijk de afspiegeling van de realiteit? Is iets echt rood, of geeft de situatie eerder aanleiding voor geel? Wanneer doe je concessies in rapportages of rapporteer je altijd zonder concessies, omdat in het verleden een van de opdrachtgevers weleens verrast werd doordat in het project ‘opeens’ een onaangename verrassing uit de hoge hoed kwam: de testresultaten waren zwaar teleurstellend, of vlak voor de eindstreep bleek dat er niet werd voldaan aan externe regelgeven waardoor toch extra tijd nodig was.

    Geel en groen voor de ogen

    Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat ik het beste transparant kan zijn in rapportages. Ik vraag liever zo vroeg mogelijk aandacht van het management voor een issue of risico zodat zij tijdig kunnen bijspringen. Toch heb ook ik niet een geheel schone lei.
    Een flink aantal jaren geleden rapporteerde ik in een grote organisatie een project op geel. Tijdens het bespreken van de rapportage met de opdrachtgever, een van de directieleden, gaf de directeur mij uiteindelijk de opdracht om de status-kleur te veranderen in groen. De rapportage zou met een aantal andere projecten worden besproken in een directie-overleg en hij wenste niet met een geel gekleurd project de vergadering in te gaan. Duidelijk een gemiste kans om met de collega-directieleden correctieve maatregelen af te stemmen. Vermoedelijk zat er ergens in de cultuur van het bedrijf iets scheef en was men van mening dat een goede manager alleen succesvolle projecten had. Gelukkig heb ik deze situatie nooit meer meegemaakt en is sindsdien geel-geel en rood-rood gebleven.

    Subjectief

    Er kan eindeloze discussie gevoerd worden over de status-kleur. Van belang zijn echter twee dingen: maak heldere afspraken over wanneer een project, mijlpaal, risico, of issue geel of rood moet worden. En zorg dat iedereen zich vervolgens ook aan die afspraken houdt. Blijft staan dat de inschatting van de status van een project met alle issues en risico’s subjectief blijft. Het beste wat je kan doen is de relevante gegevens goed analyseren en vervolgens eerlijk rapporteren.

    Tip:

    Vraag aan de leden van je projectteam welke status-kleur zij het project toekennen. En bepaal dan pas wat je aan de opdrachtgever rapporteert.

  • Waarom we waarom-vragen beter kunnen parkeren

    Waarom, waarom, waarom? Wie kinderen heeft weet hoe persistent kinderen kunnen blijven hangen in de waarom-vraag. Ervaring leert dat na drie keer de waarom-vraag achter elkaar gesteld te hebben zelfs de slimste mensen geen antwoord meer hebben. Reden dat de waarom-vraag zeldzaam vervelend, zelfs irritant kan zijn. Maar, als continu lerende mensen weten we dat waarommen belangrijk is. Niet alleen voor de ontwikkeling van onze kinderen, maar ook voor onszelf: omdat we vervelende situaties graag willen vermijden.

    “Waarom is die test van het nieuwe softwaresysteem met twee weken uitgelopen?” Toen mijn opdrachtgever die vraag stelde had ik gelukkig meteen mijn antwoord klaar. “De interface met ons financiële systeem was door de externe leverancier op het laatste moment opgeleverd maar bleek toen we gingen testen geen gegevens door te sturen, waardoor alle testers duimen zaten te draaien.” Ik legde mijn opdrachtgever uit dat er een fundamentele fout was gemaakt bij het bouwen van de interface en dat de ontwikkelaars twee weken nodig hadden om de interface goed werkend te krijgen. De opdrachtgever raakte geïrriteerd omdat door fouten van dezelfde leverancier al eerder vertraging in het project was ontstaan. De waarom-vraag is o zo makkelijk gesteld. Terecht of onterecht? Ik was blij dat ik in dit traject doorgevraagd had en wist wat de vertraging had veroorzaakt. In deze situatie had ik, bij het bekijken van de voortgangsrapportages een rood signaal binnengekregen. Alarm, een duidelijk waarom-vraag moment. Maar met regelmaat merk ik dat de kostbare tijd van voortgangsoverleggen verspild wordt vanuit een simpele waarom-vraag waarna de aanwezigen volledig in de details zakken en we meer achteruitkijken dan vooruit.

    Gepland vooruit- en achteruitkijken

    Ze zeggen weleens, ‘We gaan achteruit struikelend de toekomst in’. Te vaak wordt te lang stilgestaan bij terugkijken: “Waarom is die mijlpaal niet gehaald of dat product nog niet gerealiseerd? Waarom, waarom, waarom,…” Voel je hem al, dat kleine knagertje die al na een paar waaroms van binnen gaat jengelen met de opmerking: ‘Dit gesprek gaat ons niet naar voren brengen’.
    Veel interessanter wordt het gesprek als je bespreekt: Wat is nodig om die mijlpaal van komende maand te realiseren? Met welke risico’s moeten we daarbij rekening houden? En wat kunnen wij daaraan doen om die risico’s te beteugelen?

    Als projectmanager en ook als PMO’er (vroeger ‘medewerker projectbureau’ in de volksmond genoemd), constateer ik dat veel projectmanagers, inclusief ondergetekende, tijd verspillen door in voortgangsbesprekingen met de opdrachtgever de waarom- discussie ruimte te geven. Ernstiger wordt het als waarom-vragen de vergadering met het hele projectteam opeisen. Natuurlijk zijn er argumenten voor de verdieping, maar dan wel op het juiste moment.
    Eerder haalde ik al aan dat waarom-gedrag prima is te verklaren door te wijzen op de behoefte fouten in de toekomst te willen voorkomen. Als dit zo sterk leeft in een team dat het de voortgangsoverleggen verstoort, dan wordt het tijd om hiervoor ruimte te creëren. Organiseer een aparte sessie waar het terugkijken en leren op de agenda staat. Mensen die volgens ‘Scrum’ werken herkennen dit als de ‘Retrospective’ en de PRINCE2-aanhangers kennen het als ‘Lessons Learned’.
    Waarom-gedrag kan ook een voortgangsoverleg verstoren omdat mensen willen uitzoeken of de schuld bij een ander ligt, zodat ze weten dat ze zelf uit de vuurlinie blijven. ‘Barbertje moet hangen’, is zo’n uitspraak die we vroeger bij Nederlandse literatuur meekregen; we willen graag dat de veroorzaker van een probleem zichtbaar wordt. Maar wat de oorzaak ook mag zijn: het voortgangsgesprek met opdrachtgever of projectteam is het verkeerde moment.

    Vooruitvragen

    In het overleg met opdrachtgevers probeer ik ruimte te geven aan zowel het belang van de opdrachtgever als aan mijn eigen belang. De opdrachtgever wil geïnformeerd worden over de voortgang. Ik wil de acties en besluiten bespreken die nodig zijn om het project zo goed mogelijk over de eindstreep te brengen. Dus besteed ik de meeste tijd aan zaken die voor me liggen. Wat gaan we komende periode opleveren en hoe kan de opdrachtgever mij helpen om de risico’s te omzeilen? Welke acties en welke besluiten zijn daarvoor nodig? Wat ga ik doen en wat doet de opdrachtgever? Vergeet niet dat het ook zijn project is en dat hij daar best iets voor mag doen. Mijn advies is dan ook: kijk vooruit en vraag daarover aan de opdrachtgever wat je wilt weten en nodig hebt. Vraag vooruit!

    Tip: Vraag vooruit. Bespreek de mijlpalen en risico’s die nog vóór je liggen. En als je ‘Waarom ging dat niet goed?’ te horen krijgt, stel dan voor om die vraag te parkeren tot een volgende bespreking: ‘Zullen we morgen dat eens evalueren?’